donderdag 28 juni 2007

dweilen

drup..drup..drup

kent ge het irritante geluid van een druppende kraan?

Iemand is vergeten ze toe te draaien.

Dus moet er iemand ze gaan toedoen. Of anders is het dweilen met de kraan
open.

Dat is wat ik hier nu doe in Centraal-Afrika. Dweilen.

Eigenlijk zou men de kraan moeten toedraaien, maar dat gaat momenteel niet
omdat er in deze streek een paar honderden kalashnikovs in actief gebruik
zijn.

Het project van slaapziekte bijvoorbeeld: enorm goed project, en het
stimuleert je als je kan zien hoe iemand die volledig buiten zinnen is op
veertien dagen weer echt mens wordt: zijn kinderen herkent, terugkeert
vanuit de hel. Prachtig. Om de veertien dagen wordt er een groep van 15
patiënten zo behandeld; en daarna de volgende 15 van de wachtlijst. Hoewel
het maar over een klein gebied gaat dat door de tseetseevlieg geterroriseerd
wordt, zijn er heel wat patiënten. Waarom? Omdat het dweilen is met de kraan
open. Men zou kunnen de tseetseevliegen bestrijden, of actief patiënten
opsporen, en zo de ziekte uitroeien. Maar hier is dat niet mogelijk: juist
de haard van de ziekte bevindt zich in no-go area: sproeimiddel tegen
tseetseevliegen helpt niet tegen vuurwapens. Dus kunnen we enkel
verderdweilen. Want dat is toch het minste wat je kan doen.

drup..drup..drup

elke dertig seconden sterft in Afrika een kind aan malaria. Op drie dagen
staat mijn klok al op een minuut. Meer dan de helft van de pediatrie heeft
malaria. De anderen longontsteking of ondervoeding. Muskietennet? Behalve
degenen die MSF uitdeelt, zijn er geen. En we hebben er niet genoeg voor
iedereen. Hoezo zijn er geen? Tot voor een jaar geleden MSF hier begon, was
dit land door iedereen (MSF inbegrepen) vergeten. Geen enkele ngo heeft hier
al een muskietennet uitgedeeld of anders aan preventie gedaan. Het
ziekenhuis was betalend, de directeur had een rustig zakkenvullend leventje,
de gebouwen in verval en er kwamen vier patiënten per dag. Nu draait het op
volle toeren, ik sta versteld van wat er op een jaar al is gerealiseerd, van
gebouwen tot personeel opgeleid en programma's doorgevoerd. Maar het
verleden wis je niet zo snel uit: we krijgen nog elke dag patiënten met de
gevolgen van traditionele kwakzalverijen. Snijden, branden, kruidenmengsels,
zalfjes: dit geeft open etterende wonden, een opgeblazen buik, vergiftigde
afgestorven nieren. Iemand een niertransplantatie? En zo verliezen we ook
patiënten tengevolge van die praktijken, die doorgaan tot binnen de muren.

Er is nog veel werk aan de winkel, en als het aan ons ligt zouden we nog
enkele jaren in Centraal-Afrikaanse Republiek moeten blijven werken. De
oorzaken aanpakken, iets op poten zetten, iets duurzaams achterlaten. Maar
dan moet het wel mogelijk blijven om te werken. In de steden is het veilig,
ik zou liefst van al terugkeren naar de mobiele klinieken, maar daarvoor is
het momenteel te onzeker.

de beste groeten vanuit Batangafo,

Geen opmerkingen: