In het begin van de week echt heel heel rustig in het hospitaal, ik vroeg me
al af of de malariamuggen in staking waren. Was het niet dat ergens een
dolle hond drie mensen had gebeten, ik zou bijna geen werk meer gehad
hebben. Dus kon ik mij wat bekommeren om Joseph, een twaalfjarige wees, die
door zijn grote broer opgevangen was. Maar nu is die al enige tijd gaan
vissen, en de jongen, die vel over been is, besloot dan maar terug naar het
hospitaal te gaan, voor zijn afspraak van een maand geleden. We geven hem nu
elke dag het eten van de hospitaalkeuken, een wasbeurt en nieuwe kleren kon
hij ook gebruiken, en we moeten zien wat we nog kunnen helpen. De volgende
dag was zijn neefje meegekomen, al geen gram vet meer.
En dan plots woensdag : 5 kinderen die zo bloedarmoedig zijn dat ze een
transfusie nodig hebben. Veel testen, donors zoeken, infusen plaatsen.
Waarom, oh Murphy, komt dat toch altijd allemaal ineens? Terwijl we nog
volop met de donors en al bezig zijn komt er een volgeladen legertruck
binnengereden : ze zijn op de terugweg van Kabo (die weg die wij sinds
augustus niet meer nemen) in een hinderlaag gevallen, twee personen geraakt.
De ene, echtgenote van een militair, was al overleden bij aankomst in het
hospitaal. De andere, een soldaat, kreeg een kogel in de wang, heeft veel
geluk gehad. Geopereerd, zal er een mooi litteken aan overhouden.
Een hinderlaag voor een militair konvooi, dat is een legitiem doelwit toch?
Rebelletje spelen tegen een dictatoriaal regime, alla Ché Guevara, dat is
vechten voor de goede zaak neen? En het zou me niet verbazen als over een
paar weken de militairen weer eens een paar dorpen in brand steken, als
vergelding. Maar die vrouw was toch mooi dood. Oorlog is lelijk, altijd. Als
je de ogen van de doden moet sluiten, zijn er geen goeden of slechten, is er
gewoon weer een mens vermoord. Oh, waarom, de dood is zo zinloos. Zoals dat
Belgische meisje dat door haar broer naar het paradijs is gestuurd. Er is
een mens vermoord. Een leven.
Om over iets anders te praten: tandpijn. Het blijkt hier een echte epidemie
te zijn, maar er zijn hier geen tandartsen zonder grenzen, jammer genoeg. Ik
heb al twee personeelsleden naar Bangui moeten sturen, er wachten er nog
twee, en dat is enkel omdat ze al een abces hebben. Misschien is het
logischer van ineens een tandarts tot hier te laten komen en dan ineens
iedereen zijn tanden te trekken (of toch de rotte).
Verleden maandag een interessante vergadering gehad. De Europese Commissie
kwam kijken in Batangafo hoe de toestand er was, om te evalueren of de
regionale vredesmacht zouden ondersteunen en ook in Batangafo een basis
zouden zetten. Was nogal kick and rush: ze hadden een uur voor de lokale
autoriteiten en dan nog een uur voor de ngo's.
We zaten bijeen in een schoolgebouw van de missie, neutraal terrein. De
ambassadeur van de Europese Unie in Bangui zat de vergadering voor, een man
met grijs haar, bril, en pikzwarte wenkbrauwen, kan nogal een streng gezicht
trekken daarmee. Verder vier dertigers van de Europese Commissie:
waarschijnlijk werken ze 10 maanden per jaar op een bureau in de Berlaymont,
hier zijn ze dan eens even op terreinvisite, weg van de asbest. Diplomaten
aan het begin van de carrièreladder, ze keken af en toe op hun horloge en op
de planning waar het vliegtuig morgen heen zou gaan. Daarnaast Mr. Dujour,
die stel ik dadelijk voor. Verder twee militairen van de Fomuc, dat is de
regionale vredesmacht, ondersteund door de Afrikaanse Unie en betaald door
de Europese Unie en Frankrijk. Fomuc, dat zijn dezelfden waarvan, vijf maand
geleden toen ik nog in Kaga Bandoro zat, eens een soldaat voorbijwandelde
aan ons huis en ons vroeg of we hen geen oliefilter konden lenen. Ge ziet
het al gebeuren, MSF die de militairen een handje helpt met hun auto? Liever
niet. Dan nog een kolonel van de Afrikaanse Unie, een kwaadkijkende militair
attaché van de Franse ambassade (die er fier over was dat Frankrijk op
koloniale wijze 42% van die militaire macht betaalt),en een adviseur van de
ambassadeur die er voor de versiering bijzat. Tot slot de vrouw van de
Norwegian Refugee Council (onze enige collega-ngo hier in Batangafo), een
militair van de Europese Unie, mezelf en Houssami voor MSF en de cirkel is
rond.
De vergadering was voornamelijk eenrichtingsverkeer, met de ambassadeur die
een uitleg gaf over wat de plannen waren voor de Fomuc om hier de veiligheid
te verzekeren en over beloofde fondsen voor heropbouw. De ngo's van onze
kant (NRC en MSF) hielden ons op de vlakte wat informatie betreft, om enkel
gekende zaken te communiceren en geen gevoelige informatie. Gelukkig was er
nog Mr. Dujour. Een Fransman, excuseer, een blanke Centraalafrikaan want hij
is genaturaliseerd, die hier al veertig jaar een weeshuis uitbaat met alles
wat erbij hoort (school, huizen, tot en met duivenkot). Hij hoeft zich niet
aan het protocol te houden, en kan vrijuit spreken: over de coupeurs de
route die veruit het grootste probleem vormen, over hun opdrachtgevers die
de overheden corrumperen. Over honderden koeien die gestolen worden, en
herders die vermoord worden. Zodat die ambassadeur toch ook iets nieuws
heeft gehoord hier in Batangafo.
De militairen van hun kant hadden ons graag horen zeggen dat we vragende
partij zijn dat ze komen om de wegen te beveiligen, maar gezien onze
onpartijdigheid kunnen we enkel diplomatisch antwoorden hoe de situatie nu
is, en dat alles wat de veiligheid garandeert goed is. Maar we gaan hen niet
uitnodigen. Hoewel we wel denken dat het een goede zaak is. Het was een raar
allegaartje dus, dat daar bijeen zat, verschillende werelden tesamen:
Berlaymont, Bangui, Batangafo, alles dooreen.
Sinds maandag hebben we ook Sergio op bezoek, een Spaanse informaticus die
onze computerproblemen komt oplossen. Werkt sinds anderhalf jaar voor MSF in
Barçelona, nu de eerste maal op het terrein. Hij vindt dat eigenlijk
iedereen van het begin het terrein zou moeten zien om te weten waarvoor je
dat bureauwerk doet. Misschien wel ja, misschien zou een vliegtuigticket of
een vaccinatie, of een profielomschrijving of een statistiek of een
bestelling van medicamenten dan beter in orde komen. Aan de andere kant is
het ook logisch dat je hier niet als toerist moet komen. Omdat hij geen
Frans spreekt, is het hier nog iets meertaliger geworden, zodat ik op het
eind niet meer weet of ik nu in het Frans of Engels was begonnen. (dat komt
me precies bekend voor)
Via de kortegolf heb ik nog vernomen dat Frankie Vercauteren ontslaan is en
dat de Franse spoorwegen staken (wat nu ook niet echt nieuws is), maar we
nog steeds geen regering hebben. Amai zeg, hebben die vorige geluk: die
moeten niet meer werken sinds juni (afin, of mogen toch geen beslissingen
nemen), en worden nog zes maand verder betaald.
Ik stel het hier nog wel, voor de nieuwsgierigen die nog nieuws vanuit
Batangafo willen, het begint te dringen want mijn tijd hier kort af.
Dag,
Geen opmerkingen:
Een reactie posten